Het volgen van een taaltraining – tweerichtingsverkeer of niet?

Een paar weken geleden vroeg een collega trainer of ik een stukje voor de blog van Taleninstituut Nederland wilde schrijven. Leuk! Maar wat is een passend onderwerp om over te schrijven? Dit zette mij aan het denken…. Trainers helpen cursisten om een taal te leren, maar wat leren trainers eigenlijk van de cursisten?

Een paar keer per jaar spreken de taaltrainers van Taleninstituut Nederland met elkaar af, bijvoorbeeld om bij te praten, ervaringen uit te wisselen of met elkaar te sparren. Telkens weer is het een feest van herkenning en blijkt dat wij allemaal dezelfde passie voor het vak delen; mensen helpen bij het leren van een taal en het verbeteren van hun taalvaardigheid.

Trainers helpen de cursisten bij het leren van een taal, maar ik ben erachter gekomen dat dit leerproces twee kanten op werkt. Niet alleen de cursisten vergroten hun kennis, ook wij als trainers leren van de cursisten en de training. Zo heb ik bijvoorbeeld geleerd dat geschiedenis veel invloed op een taal kan hebben en hierdoor het Russisch en Nederlands veel leenwoorden kennen. Dit dankzij tsaar Peter de Grote, die in de achttiende eeuw enige tijd in Nederland verbleef en naast het Russisch ook Nederlands sprak. Cursisten uit Moskou vertelden mij dat dit stukje geschiedenis nog steeds terug te vinden is in de Russische taal. Woorden als stoel, trap en matras kenden zij namelijk al vanuit hun moedertaal en dit zorgde voor een fijn stukje herkenning tijdens de Nederlandse les over meubels, preposities en de indeling van een huis.

Verder leren wij als trainers ook veel over het vakgebied van de deelnemers. Managers moeten productpresentaties in de doeltaal geven of bouwkundig tekenaars moeten in het Nederlands een bouwtekening toelichten, om maar een paar voorbeelden te geven. Bij Taleninstituut Nederland verzorgen wij maatwerk en praktijkgerichte trainingen. Input van de cursisten is daarbij erg belangrijk en nuttig. Vaak nemen deelnemers zelf verslagen of presentaties mee naar de les zodat dit gebruikt kan worden om het spreken of schrijven te verbeteren of specifieke woordenschat  aan te leren. Hierdoor wordt de training een uitwisseling van informatie en kan de deelnemer in bijvoorbeeld het Duits, Spaans of Engels zijn eigen specifieke vakkennis delen. Dit helpt vooral bij het vergroten van het zelfvertrouwen bij het communiceren in de vreemde taal.

De deelnemer levert input aan, maar de trainer bereidt zich ook voor op elke les; bijvoorbeeld door het schrijven van lesplannen en zich te verdiepen in het vakgebied van de cursist. Maar hoe grondig de voorbereiding voor een les ook is, ik heb zeker ook geleerd dat elke deelnemer anders is en iedereen op zijn eigen manier een taal leert. Daarom kijken de trainers van Taleninstituut Nederland bij een maatwerktraining niet alleen naar het werkveld van de cursist, maar vooral ook naar de cursist zelf en welke leermethode bij hem of haar past. Hierdoor is geen enkele training gelijk en een leerproces voor de deelnemer en trainer. Of zoals in het Engels wordt gezegd: Learning is a two-way street!

© Taleninstituut Nederland

By: Christy Wittenberg

www.taleninstituut.nl