Veel mensen stellen het leren van een taal uit door overtuigingen die simpelweg niet kloppen. Taalwetenschapper Zoltán Dörnyei onderzocht jarenlang waarom mensen slagen of falen bij het leren van een nieuwe taal. Zijn conclusie: aanleg is minder bepalend dan we denken. Motivatie speelt een veel grotere rol.
Tijd om drie veelvoorkomende mythes te ontkrachten.
Mythe 1: “Ik ben niet goed in talen”
Dit is meestal geen feit, maar een overtuiging. Aanleg speelt een rol, maar is zelden doorslaggevend. Met een duidelijk doel en de juiste begeleiding komen de meeste mensen veel verder dan ze zelf verwachten.
Mythe 2: “Ik moet eerst een hoog niveau hebben voordat ik de taal op mijn werk kan gebruiken”
Veel mensen wachten tot ze „goed genoeg” zijn. In de praktijk werkt het juist andersom: door de taal te gebruiken in realistische werksituaties boek je sneller vooruitgang. Je hoeft niet perfect te zijn om een zakelijk gesprek te voeren of een vergadering bij te wonen.
Mythe 3: “Zelfstudie is genoeg”
Zelfstudie kan een goede basis zijn, maar zonder structuur, feedback en gerichte oefening lopen veel mensen vast. Professionele begeleiding helpt je consistent te blijven en te werken aan wat jij specifiek nodig hebt.
Wat werkt dan wel?
Dörnyei toont aan dat motivatie een van de sterkste voorspellers is van succes bij taalverwerving. Én dat motivatie groeit wanneer je een concreet, persoonlijk doel hebt. Wil je zelfverzekerd vergaderen in het Engels? Een klantgesprek voeren in het Duits? Dat soort doelen geven richting én energie aan je leerproces.
Bij Taleninstituut Nederland starten we elke training met een persoonlijke intake. Zo stemmen we de cursus af op jouw situatie, functie en tempo, of je nu Nederlands, Engels, Duits, Frans of Spaans wilt leren.
Benieuwd wat wij voor jou kunnen betekenen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend informatiegesprek.
Bron: Dörnyei, Z. (2005). The Psychology of the Language Learner. Lawrence Erlbaum Associates.
Maricelle Tiben | Taleninstituut Nederland