{"id":20536,"date":"2020-11-24T12:02:33","date_gmt":"2020-11-24T10:02:33","guid":{"rendered":"https:\/\/taleninstituut.nl\/aan-de-praat-krijgen-2\/"},"modified":"2022-09-11T11:18:59","modified_gmt":"2022-09-11T09:18:59","slug":"aan-de-praat-krijgen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/aan-de-praat-krijgen\/","title":{"rendered":"Aan de praat krijgen"},"content":{"rendered":"<p>\u2018Ik krijg hem niet aan het praten\u2019 zegt mijn niet-Nederlandse man over een boormachine. \u2018Boormachines kunnen niet praten\u2019 zeg ik \u2013 maar ik weet wat hij bedoelt: \u2018Ik krijg hem niet aan de praat\u2019. Taal zit vol met dit soort vaste of idiomatische uitdrukkingen \u2013 verwarrend voor een tweedetaalleerder, want \u2018aan het praten\u2019 klinkt beter maar is toch fout.<\/p> <p>Idiomatische uitdrukkingen lijken op normale zinnen, maar je kunt de woorden niet zomaar veranderen. Vaste uitdrukkingen gedragen zich eerder als woorden. De Britse hoogleraar John Sinclair is bekend geworden met zijn \u2018Idiom Principle\u2019: idiomatische uitdrukkingen zijn (semi)-vaste woordcombinaties die je als \u00e9\u00e9n geheel uit je geheugen kunt opdiepen. Handig en efficient dus, ook voor de luisteraar \u2013 die herkent deze combinaties makkelijker. Zo bleek dat mensen sneller een vaste combinatie herkennen (\u2018kick the bucket\u2019) dan een vergelijkbare \u2018vrije\u2019 combinatie (\u2018fill the bucket\u2019).<\/p> <p>Idiomatisch taalgebruik komt veel voor. Naar schatting bestaat meer dan de helft van ons taalgebruik uit vaste en halfvaste woordcombinaties, waaronder spreektaal (\u2018bij wijze van spreken\u2019) en collocaties (twee woorden die vaak samen voorkomen, zoals \u2018klaarlichte dag\u2019 of \u2018broad daylight\u2019). Volgens Sinclair kunnen moedertaalsprekers juist zo vloeiend spreken en schrijven omdat ze veel \u2018geprefabriceerde\u2019 woordcombinaties gebruiken \u2013 grammatica is daarvoor niet nodig. Het is dus niet zo gek dat tweedetaalleerders minder vloeiend klinken: daar is een grote verzameling van opgeslagen brokken taal voor nodig.<\/p> <p>Tweedetaalleerders die meer vaste uitdrukkingen gebruiken klinken vloeiender \u2013 dat bleek bijvoorbeeld uit een studie van Frank Boers en zijn collega\u2019s uit 2006. De onderzoekers verdeelden een groep Nederlandse studenten in twee\u00ebn: 15 studenten leerden Engels op de gewone manier, met veel aandacht voor losse woorden en grammatica. Een experimentele groep van 17 studenten werd juist steeds gewezen op vaste woordcombinaties en idiomatische uitdrukkingen. Na 22 uur onderwijs werden de studenten geinterviewd en beoordeeld door twee docenten Engels die niets wisten over het experiment. De experimentele groep klonk volgens de docenten vloeiender \u2013 en de studenten uit die groep gebruikten ook daadwerkelijk meer idiomatische uitdrukkingen.<\/p> <p>Het is dus nuttig om veel tijd te steken in het leren van idiomatisch taalgebruik. Maar het is ook moeilijk te leren, vooral als de letterlijke betekenis van een uitdrukking weinig verraadt over de figuurlijke betekenis (\u2018het loodje leggen\u2019). Wat kan een taaltrainer doen?<\/p> <p>Volgens Boers en anderen helpt het om uitleg te geven over de etymologische herkomst van uitdrukkingen (\u2018barking up the wrong tree\u2019 komt uit de vossenjacht met honden). Het helpt ook om de uitdrukking concreter en visueler te maken (denk bijvoorbeeld bij \u2018having something up one\u2019s sleeve\u2019 aan een goochelaar) of aandacht te vestigen op veelgebruikte metaforen (bijv. hitte en woede, zoals in \u2018to let off steam\u2019).<\/p> <p>En tenslotte kan de taaltrainer wijzen op culturele verschillen: zo hebben het Engels en het Nederlands veel uitdrukkingen uit de scheepvaart (\u2018to show someone the ropes\u2019, \u2018het over een andere boeg gooien\u2019). Maar \u2018to turn the corner\u2019 is weer iets heel anders dan \u2018het hoekje omgaan\u2019. Als Nederlanders \u2018de boot missen\u2019 missen Fransen de bus (\u2018rater le coche\u2019). En je kunt Duitse machines wel \u2018zum laufen\u2019 brengen maar niet \u2018aan de praat\u2019.<\/p> <p>Annemarie Kerkhoff<\/p> <p>Annemarie Kerkhoff is een gepromoveerd taalwetenschapper, gespecialiseerd in eerste en tweede taalverwerving. Ze heeft als docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht gewerkt en is nu freelance wetenschapsjournalist.<\/p> <p><strong>Bronnen<\/strong><\/p> <p>Boers, F., Demecheleer, M. &amp; Eyckmans, J. (2004). Etymological elaboration as a strategy for learning idioms. In P. Bogaards &amp; B. Laufer (Eds.),\u00a0<em>Vocabulary in a second language: selection, acquisition and testing<\/em>\u00a0(pp. 53-78). Amsterdam \/ Philadelphia: John Benjamins.<\/p> <p>Boers, F., Eyckmans, J., Kappel, J., Stengers, H., &amp; Demecheleer, M. (2006). Formulaic sequences and perceived oral proficiency: Putting a lexical approach to the test.\u00a0<em>Language teaching research<\/em>,\u00a010(3), 245-261.<\/p> <p>Sinclair, J. (1991).\u00a0<em>Corpus, concordance, collocation<\/em>. Oxford: Oxford University Press.<\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ik krijg hem niet aan het praten\u2019 zegt mijn niet-Nederlandse man over een boormachine. \u2018Boormachines kunnen niet praten\u2019 zeg ik \u2013 maar ik weet wat hij bedoelt: \u2018Ik krijg hem niet aan de praat\u2019. Taal zit vol met dit soort vaste of idiomatische uitdrukkingen \u2013 verwarrend voor een tweedetaalleerder, want \u2018aan het praten\u2019 klinkt beter maar is toch fout.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":18065,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1367],"tags":[],"class_list":["post-20536","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-nieuws-de"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/20536","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=20536"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/20536\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/media\/18065"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=20536"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=20536"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/taleninstituut.nl\/de\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=20536"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}